6 oktober 1799
Bataafse huzaren keren de strijd bij de Noordermaatweg
Op 6 oktober 1799 speelde de Noordermaatweg bij Heemskerk een belangrijke rol tijdens de Slag bij Castricum, een van de grootste veldslagen op Nederlandse bodem in de achttiende eeuw.
In de vroege ochtend arriveerde hier een regiment Bataafse huzaren onder leiding van kolonel Johann Baptist van Quaita.
De eenheid bestond uit ongeveer 630 ruiters en 651 paarden en kreeg de opdracht zich als reserve op te stellen.
Terwijl in de duinen en rond Castricum hevig werd gevochten, rustten de manschappen en paarden uit in de weilanden langs de Noordermaatweg.
Aan het einde van de middag leek de situatie voor de Frans-Bataafse troepen ernstig.
De Britse en Russische troepen drongen op en de Franse generaal Pacthod moest zijn troepen terugtrekken richting Noorddorp, aan de grens van Heemskerk en Castricum.
Op het beslissende moment bracht kolonel Van Quaita zijn uitgeruste cavalerie in stelling.
De aanval van de Bataafse huzaren trof de vermoeide tegenstander onverwacht.
De Britse en Russische troepen werden teruggedrongen en hun opmars kwam tot stilstand.
De aanval vanaf de Noordermaatweg vormde een belangrijk keerpunt in de strijd.
De overwinning van de Frans-Bataafse coalitie betekende dat het Brits-Russische invasieleger zich uiteindelijk uit Noord-Holland moest terugtrekken.
Een dag die begon in de weilanden van Heemskerk eindigde als een belangrijk hoofdstuk in de militaire geschiedenis van Nederland.